Arbeidsongeschiktheid hoe zit dat nu eigenlijk?

Theo Stokking, arbeidsdeskundig consultant VerzuimConsult BV 

In onze praktijk besteden wij veel aandacht aan uiteenzetting van de wijze waarop arbeidsongeschikt-heidsbeoordelingen in het kader van de WIA door UWV plaatsvinden. Dit blijft voor veel direct belanghebbende werknemers, of uitkeringsgerechtigden zonder werkgever en/of werkgevers een lastig te doorgronden zaak. Inzicht hierin draagt in veel gevallen bij tot onzekerheids-reductie en enigszins tot begrip.
 Zo werd ik laatst gebeld door een patiënt die leed aan een aandoening die, zo vertelde hij, niet altijd wordt begrepen dan wel medisch wordt erkend. Medisch inhoudelijk kan ik er niet over meepraten, ik ben immers geen arts. Maar in geval van arbeidsongeschiktheid (WIA) moet er echter sprake zijn van een ‘rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte’, dit ter beoordeling van een (verzekerings-)arts.

Rol Arbeidsdeskundige 

Indien de verzekeringsarts, na het vaststellen van het bestaan van ziekte, belastbaarheid vaststelt dan wordt dat vertaald naar een zogenaamde functionele mogelijkhedenlijst. Indien er bezwaren zouden bestaan tegen het medisch oordeel van een verzekeringsarts, de opgestelde belastbaarheid, dan wel tegen het feit dat het bestaan van ziekte niet wordt erkend, dan is er feitelijk altijd een arts (gemachtigde) nodig om het medische standpunt inhoudelijk aan te vechten.

Na een medisch oordeel volgt bij gebleken belastbaarheid altijd een arbeidsdeskundig oordeel. Een arbeidsdeskundige pleegt onderzoek naar het verdienvermogen van een belanghebbende en baseert vervolgens daarop de mate van arbeidsongeschiktheid. Simpel gezegd, kan de mate van arbeidsongeschiktheid worden gede nieerd als het percentueel geleden verdienverlies op basis van verminderde belastbaarheid en opleiding- en werkervaringsniveau. Uitgangspunt hierbij is het zogenaamde maatmanloon, ofwel (meestal) het gemiddelde (SV)inkomen dat iemand heeft verdiend in het jaar voorafgaande aan de eerste ziektedag. Dit maatmanloon wordt geïndexeerd naar het beoordelingsmoment en vervolgens wordt dit vergeleken met:
a) Het inkomen dat iemand feitelijk in de praktijk met werken verdient ten tijde van de WIA- beoordeling (voor het eerst meestal 104 weken na ziekmelding);

b) Het inkomen dat iemand in theorie op basis van genoten opleiding, werkervaring en belastbaarheid nog zou kunnen verdienen (persoonlijke af niteiten spelen hierbij geen rol).

Arbeidsongeschiktheid 

In het laatste geval worden voor een belanghebbende middels een geautomatiseerd systeem op basis van geldende criteria “gangbare of algemeen geaccepteerde functies” geselecteerd. Dit zijn beroepen die op de vrije arbeidsmarkt regulier voorkomen. Voor deze functies wordt op de arbeidsmarkt een feitelijk salaris betaald. Bij passendheid wordt aangenomen
dat een belanghebbende het bijbehorende salaris op basis van diens belastbaarheid, opleiding en werkervaring met werken nog kan verdienen. Voor alle duidelijkheid moet worden gesteld dat iemand niet wordt geacht dergelijk werk te zoeken, of te aanvaarden. Het zijn louter voorbeeldfuncties ten behoeve van het vaststellen van het verdienvermogen en geen vacatures of iets dergelijks. Het percentuele verschil tussen het maatmanloon enerzijds en het met werken gerealiseerde inkomen enerzijds, dan wel het ctief vastgestelde verdienvermogen anderzijds wordt arbeidsongeschiktheid genoemd. Het UWV streeft

naar de hoogste verdiencapaciteit. Een verdienverlies van 35% of meer leidt tot een uitkeringsrecht WIA, minder dan 35% verdienverlies leidt tot een recht op WW, mits daar voldoende rechten voor zijn opgebouwd.

Beoordelen juistheid keuring 

Indien er bezwaren zouden bestaan tegen het arbeidsdeskundig oordeel bij een arbeidsongeschiktheidskeuring, verdient het aanbeveling om de passendheid van de functies en daarmee de hoogte van het verdienvermogen kritisch te beschouwen. In alle gevallen geldt dat een belanghebbende er goed aan doet om alle onderliggende onderzoeksdocumenten bij het UWV op te vragen, teneinde deze juistheid van de keuring te kunnen (laten) beoordelen.


Dit artikel is verschenen in de Bijnier46 (december 2016) in de rubriek Algemeen.