Artsen hoefden geen rekening te houden met zeldzame ontwikkeling

Publicatiedatum: 28 april 2022

Klachten tegen internist-endocrinoloog en twee chirurgen-oncologen. Als nevenbevinding bij de behandeling van borstkanker wordt een toen nog als goedaardig aangemerkte tumor in de bijnier gevonden. Klaagster verwijt beklaagden dat zij daar niet adequaat op hebben geacteerd.

Volgens beklaagden moet onderscheid worden gemaakt tussen de in 2015 bij klaagster gediagnosticeerde borstkanker en het in 2017 bij haar geconstateerde leiomyosarcoom (wekedelentumor), waarvan toen pas bleek dat die kwaadaardig was. In 2015 bestonden daarvoor geen objectieve aanwijzingen.

Beklaagden stellen dat na de operatie in 2017 is gebleken dat het niet ging om een uitzaaiing van borstkanker maar om een uiterst zeldzame, ‘nieuwe’ bijniertumor; een weke­delen­tumor die laaggradig was. Beklaagden betwisten dat de in 2020 vast­gestelde uitzaaiingen het gevolg zijn van ondeugdelijk onderzoek of verkeerd operatief ingrijpen. Volgens het college was er geen reden te veronderstellen dat de tumor in de bijnier in 2015 al kwaadaardig was. Het beleid is in alle fasen van de behandeling verdedigbaar geweest. Klachten ongegrond.

Bron: Medisch Contact

X