“Hooggeachte opponens”

Daar sta ik dan, in mijn nieuwe jurkje, met opgestoken haren en net iets meer make-up dan ik gewend bent, zenuwachtig de gezichten van de personen tegenover me te lezen. Mijn opponenten. Allemaal doorgewinterde artsen die hun strepen al lang hebben verdiend. Zij zullen me het komende uur het vuur aan de schenen gaan leggen. In de 10 minuten waarin ik mijn familie en vrienden in mijn “lekenpraatje” een samenvatting geef van mijn onderzoek, waan ik me nog veilig, maar daarna gaat het los.

Ze maken het me niet makkelijk, maar de sfeer is goed en gelukkig blijkt het cliché waar: je weet zelf toch het meest van je eigen onderzoek. Alle aspecten van het proefschrift komen aan bod, maar het belangrijkste is toch wel de Spartacus studie.
SPARTACUS, een acroniem dat zo’n 10 jaar geleden ineens bij me opkwam tijdens het tandenpoetsen: Subtyping Primary Aldosteronism: a Randomised Trial comparing Adrenal vein sampling and CompUted tomography Scan. Het is in die 10 jaar een entiteit geworden.
De belangrijkste vraag van deze studie was: Is er een verschil in behandeluitkomst tussen patiënten met primair hyperaldosteronisme bij wie de behandelkeuze is gebaseerd op CT-scan en patiënten bij wie die keuze is gebaseerd op bijniervenesampling? Om deze vraag te beantwoorden hebben 200 patiënten met primair hyperaldosteronisme deelgenomen aan onze studie. Ik ben elk van hen dankbaar dat ze dit hebben willen doen.

Bron: Bijniernet / Tanja Dekkers

Sluit Menu
×

Winkelmand